Door Frank , 22 juni 2026

De kwalijke geur van institutionele ontbinding.

Gebaseerd op de YouTube video's van Andrei Martyanov - Chas Freeman - Stanislav Krapivnik

Er zijn momenten waarop propaganda het contact met de werkelijkheid verliest. Niet een beetje, maar totaal. Dan blijven alleen de slogans nog over, de morele poses, de studiopraat, de ingestudeerde verontwaardiging en de obligate kreten over "internationale orde", terwijl de feitelijke machtsverhoudingen voor ieders ogen verschuiven. Dat is waar we nu naar kijken. Niet naar een tijdelijke crisis, niet naar een communicatiefout van Washington, niet naar een tactische misrekening van Londen of Brussel. We kijken naar de ontbinding van een compleet beschavingsmodel dat zichzelf nog steeds superieur noemt terwijl het al naar ontbinding ruikt. 

Andrei and Nima

 

Door Frank Dumon

De Amerikaanse aanval op Iran en de onmiddellijke Iraanse tegenreactie hebben opnieuw blootgelegd wat al jaren zichtbaar was voor iedereen die niet volledig gehersenspoeld is door CNN, Fox, denktank-prostitutie en Hollywood-mythologie: de Verenigde Staten zijn militair niet wat ze beweren te zijn, politiek niet wat ze voordoen te zijn, en moreel al helemaal niet wat ze prediken te zijn. Wat overeind blijft, is een decor. Een kartonnen imperium. Veel lawaai, veel geld, veel opgeblazen ego's, maar achter de faƧade: incompetentie, afhankelijkheid, moreel bankroet en strategische leegte.

Amerika als verlengstuk, niet als soevereine macht

Trump statue of libertyDe kern van Martyanovs woede - en in dit geval is die woede grotendeels analytisch terecht - is dat de Verenigde Staten niet langer handelen als een soevereine grootmacht met een eigen rationeel gedefinieerd nationaal belang. Washington gedraagt zich als een verlengstuk van IsraĆ«lische escalatiedrang. Niet incidenteel, maar structureel. Het Amerikaanse politieke systeem, dat zichzelf graag verkoopt als het hoogtepunt van democratische representatie, functioneert in deze kwestie eerder als een afhankelijk apparaat dat de belangen van een lobby en een cliĆ«nt state dient, zelfs wanneer dat rechtstreeks indruist tegen de langetermijnbelangen van de VS zelf. 

Dat is geen klein detail. Dat is de kern van de zaak.

Als een staat niet meer zelfstandig kan bepalen waar zijn oorlogen om draaien, welke rode lijnen werkelijk van belang zijn, en welke risico's hij wel of niet wil nemen, dan is er sprake van verlies van strategische soevereiniteit. En precies dat is zichtbaar in de manier waarop Washington zich in de crisis rond Iran gedraagt. Men liegt, men dreigt, men manipuleert markten, men slingert losse verklaringen de wereld in, maar men heeft geen overtuigend einddoel, geen geloofwaardige escalatiedominantie en geen stabiel politiek kompas meer. Dat is geen leiderschap. Dat is delirium met kernwapens.

Trump als symptoom: Martyanov spaart Donald Trump niet, en terecht. Niet omdat Trump uniek slecht zou zijn, maar omdat hij een extreem heldere uitdrukking is van de al bestaande rot in het systeem. De man is niet de architect van de neergang; hij is de luide, narcistische showman die op het podium verschijnt terwijl het gebouw al in brand staat. Zijn politiek bestaat uit slogans, persoonlijke reflexen, geĆÆmproviseerde dreigementen, mediagekte en transactiedenken. Geen staatsmanschap, geen historisch besef, geen strategische diepgang. Dat maakt hem gevaarlijk, maar ook onthullend. Hij toont hoe uitgehold het Amerikaanse bestel is.

Een serieuze republiek, geleid door serieuze elites, met serieuze instellingen, produceert niet dit soort politieke theater als hoogste uitvoerende macht. Wat het produceert is de manische expressie van nationale aftakeling. Trump is geen afwijking van het systeem, maar een product ervan: van een cultuur waarin beeld belangrijker is dan inhoud, geld belangrijker dan competentie, en loyaliteit aan mythes belangrijker dan confrontatie met de werkelijkheid. De vraag wie in Washington "de show runt" is daarom bijna verkeerd gesteld. Niemand runt de show op coherente wijze. Er is een mengeling van lobby's, bureaucratische rivaliteiten, ideologische obsessies, institutionele inertie en intellectueel verval. Dat geheel maakt nog wel lawaai, maar het bestuurt niet meer echt. 

De Amerikaanse oorlogsmachine: duur, log, overschat

America's Final WarEen van Martyanovs centrale stellingen is dat de Verenigde Staten al decennialang worden overschat als serieuze oorlogvoerende macht tegen een capabele tegenstander. Zijn formulering is brutaal, maar het punt is nuchter: de Amerikaanse krijgsmacht is uitstekend in intimidatie, bombardementen, logistieke projectie, ISR, ruimtevaart en high-end command, control, communications, computers, intelligence, surveillance en reconnaissance. Daar is geen twijfel over. Maar dat is niet hetzelfde als aantoonbare superioriteit in een grootschalige oorlog tegen een goed bewapende, gemotiveerde, technologisch niet achterlijke tegenstander.

Daar wringt het. De VS zijn historisch buitengewoon effectief geweest tegen zwakkere staten, gefragmenteerde samenlevingen, uitgeputte tegenstanders of regimes die al intern rot waren. Maar zodra men spreekt over een land met strategische diepte, geografie, raketcapaciteit, nationale mobilisatie, politieke wil en regionale steunstructuren, wordt de zaak ineens iets heel anders. Iran is niet Irak van 1991 en al zeker niet een willekeurige expeditie tegen "tribale achterlijkheid", om Martyanovs venijnige formulering in geest te behouden. Iran is een echte staat, met een echte militaire cultuur, echte pijncapaciteit en een terrein dat elke invasieplanner nachtmerries zou bezorgen.

De gedachte dat de VS eenvoudig even Iran zouden kunnen binnenwandelen, een regime change afdwingen en dan triomfantelijk de vlag planten, is niet strategisch. Het is infantiel. De VS missen niet alleen het benodigde troepenvolume voor zo'n onderneming, maar ook de politieke draagkracht, de industriƫle reserves, de operationele voorbereiding en - misschien nog fundamenteler - het militaire denken dat nodig is voor een conflict van die orde.

Shock and awe is geen strategie. Het hele Amerikaanse model van oorlog voeren is te lang gebaseerd geweest op een simplistische doctrine: eerst luchtmacht, raketten en elektronische overmacht; dan verwarring; dan beperkte inzet van speciale troepen of proxies; dan het narratief van overwinning. In de praktijk werkte dat alleen onder zeer specifieke omstandigheden. Het is geen universele formule. Het is zeker geen magische sleutel tot succes tegen een tegenstander die terug kan slaan.

Iran heeft laten zien wat Washington en Tel Aviv liever ontkennen: het kan kritieke doelen snel treffen, het kan absorberen en terugslaan, en het laat zich niet psychologisch verlammen door de eerste klap. Dat verandert alles. Want het fundamentele geloof van het Westen - dat de ander altijd als eerste met de ogen knippert - begint dan te verkruimelen. Daar zit ook de bredere historische les. Zodra een imperium zijn tegenstanders niet meer kan afschrikken, maar hen alleen nog kan irriteren en radicaliseren, verliest het zijn aura. En imperia leven voor een groot deel van aura. Zodra die aura wegvalt, blijft er een dure machine zonder metafysische glans over. Dan worden vliegdekschepen kwetsbare doelen, militaire bases gijzelaars van geografie, en bondgenootschappen lastposten in plaats van vermenigvuldigers van macht.

Israƫl, escalatie en de Amerikaanse gijzeling

In Martyanovs lezing is Netanyahu's logica eenvoudig: voortdurende crisis is politiek overleven. Of men die these volledig onderschrijft of niet, het mechanisme is herkenbaar. Een regering die juridisch, politiek en moreel zwaar belast is, heeft belang bij permanente noodtoestand. Oorlog verlengt tijd. Oorlog herstructureert binnenlandse oppositie. Oorlog vraagt om externe solidariteit. Oorlog maakt verantwoording uitstelbaar. Maar de cruciale vraag is waarom de Verenigde Staten zich telkens in dat patroon laten meesleuren. Het antwoord ligt in het verval van de Amerikaanse politieke klasse. Er is geen volwassen elite meer die in staat of bereid is hardop te zeggen: dit dient ons niet, dit risico is disproportioneel, dit vergroot alleen onze kwetsbaarheid. In plaats daarvan ziet men een combinatie van ideologische fanaten, carriĆØristen, mediaclowns en door lobby's gedisciplineerde politici die elk vermogen tot onafhankelijke strategische afweging hebben verloren.

Het Westen liegt nu reflexmatig. 

Trump and Netanyahu

 

Martyanov heeft ook gelijk wanneer hij zegt dat liegen in het laat-westerse politieke systeem geen uitzondering meer is, maar een standaardfunctie. Slachtofferaantallen worden gemanipuleerd. Schade wordt verhuld. Mislukkingen worden herverpakt als "boodschappen". Escalaties worden voorgesteld als defensieve noodzaak. Informatie is geen middel om de realiteit te beschrijven, maar om de eigen bevolking te conditioneren. Dat zie je niet alleen in oorlog, maar in alles: economie, diplomatie, defensie, onderwijs, zelfs cultuur. Men verkoopt downstream verval als modernisering. Men noemt industriƫle afbraak "transitie". Men noemt censuur "veiligheid". Men noemt ideologische conformiteit "waarden". En men verwacht vervolgens dat de bevolking die semantische mesthoop blijft slikken. Op een bepaald moment lukt dat niet meer. Niet omdat het systeem plots moreel inzicht ontwikkelt, maar omdat de werkelijkheid te hard terugduwt. Raketinslagen, falende onderschepping, lege munitiedepots, kapotte logistiek, instortende infrastructuur en openlijke bestuurlijke onbekwaamheid zijn moeilijk eindeloos weg te spinnen. Je kunt een bevolking lang bedriegen, maar geen ballistische trajecten.

De kwalijke geur van institutionele ontbinding.

Hier raakt Martyanov aan iets groters dan alleen oorlog: het Westen als institutioneel karkas. 

Zijn taal is ruw - "stinking corpse", "decomposing class", "degenerate elites" - maar als metafoor is ze krachtiger dan de nette eufemismen van beleidsrapporten. 

Want wat zien we feitelijk? We zien instellingen die nog bestaan in vorm, maar niet meer in substantie. Parlementen die representatie veinzen terwijl lobby's de wet voorschrijven. Universiteiten die diploma's afleveren maar geen beschaving ondersteunen. Media die zendtijd vullen maar geen waarheidsfunctie vervullen. Legers die pronken op parades maar moeite hebben om oorlogsvoorraden op peil te houden. Internationale organisaties die ceremonieel bestaan maar geen effectieve orde meer handhaven. Dat is ontbinding. Niet altijd spectaculair, vaak bureaucratisch, soms saai, maar des te dodelijker.

Het Westen heeft zich decennialang wijsgemaakt dat procedures gelijkstaan aan legitimiteit en retoriek aan macht. Maar als de onderliggende competentie verdwijnt - in productie, in techniek, in bestuur, in diplomatie, in oorlogvoering - dan helpt geen enkele topconferentie en geen enkele verklaring nog.

Ambassadeur Chas Freeman: Het Strategisch Bankroet van het Westen en de Sabotage door Israƫl

 

ambassador Chas Freeman

 

Een kritische analyse van het Midden-Oosten beleid, de onderdanigheid van Europa, en de roep van het mondiale Zuiden naar soevereiniteit en moraliteit.

In een recent en ontluisterend gesprek met rechter Andrew Napolitano van Judging Freedom schetst de zeer gerespecteerde voormalig ambassadeur Chas Freeman een vernietigend beeld van het Amerikaanse Midden-Oosten beleid. Terwijl de westerse mainstream media de recente de-escalatie tussen de VS en Iran presenteren als een diplomatieke overwinning, ontmantelt Freeman deze illusie genadeloos. Wat we in werkelijkheid zien, is de grootste strategische nederlaag van de Verenigde Staten sinds de Vietnam oorlog, mede mogelijk gemaakt door de ongebreidelde invloed van Benjamin Netanyahu.

De illusie van een 'deal' en de rol van Israƫl als saboteur

Freeman benadrukt dat er geen sprake is van een vredesakkoord, maar slechts van een afgesproken de-escalatie. Iran streeft naar een permanente vrede, terwijl de VS, gedreven door dalende populariteitscijfers en een nijpend tekort aan olieopslag capaciteit, genoegen neemt met een transactionele 'deal'. Het meest onthullende inzicht van Freeman is zijn karakterisering van IsraĆ«l. "IsraĆ«l is niet alleen geen bondgenoot, het is een saboteur," aldus de ambassadeur. Netanyahu en zijn extremistische kabinet voelen zich niet gebonden aan enige overeenkomst en willen niets liever dan de oorlog voortzetten totdat Iran is vernietigd—een taak die ze hebben uitbesteed aan de Verenigde Staten.

Een historisch strategisch fiasco voor de Verenigde Staten

De tol die de VS hebben betaald voor deze honderd dagen oorlog is astronomisch. Freeman somt onverbiddelijk op: torenhoge inflatie, een volledig verlies van de controle over de Straat van Hormuz (die nu onder Iraanse controle staat en waar tol wordt geheven), uitgeputte wapenvoorraden die essentieel zijn voor eventuele conflicten in de Straat van Taiwan of OekraĆÆne, en een totaal verlies van internationale geloofwaardigheid. De VS gebruiken onderhandelingen inmiddels als dekmantel voor aanvallen, waardoor niemand in de wereld hen nog vertrouwt.

US justice

 

Daarnaast wijst Freeman op een fundamentele verschuiving in de moderne oorlogsvoering: door de transparantie van het slagveld via satellieten en drones is bedrog daar onmogelijk geworden. De leugens zijn daarom verplaatst naar de informatiesfeer, waar de overheid de eigen bevolking structureel bedriegt over de realiteit van deze conflicten. Het is, in de woorden van Freeman, de slechtste buitenlandse politieke beslissing in de moderne geschiedenis van de VS: het voeren van Benjamin Netanyahu's oorlog.

Europa's gebrek aan ruggengraat op de G7-top

Tijdens de recente G7-top blijkt eens te meer de treurige staat van de Europese diplomatie. In plaats van een eigen, onafhankelijke geopolitieke koers te varen, zijn de Europeanen enkel bezig met het beheersen van de grillen van Donald Trump. Erger nog, Europa probeert de Israƫlische agenda opnieuw op te leggen aan de Amerikaanse president om elk akkoord met Iran te saboteren dat niet volledig in het straatje van Tel Aviv past. Dit toont het failliet van de huidige Europese koers: een gebrek aan strategische autonomie en een moreel kompas dat volledig is afgestemd op de belangen van anderen, ten koste van de eigen bevolking en de wereldwijde vrede.

De verschuiving in de regionale machtsverhoudingen

De vergelijking in West-Aziƫ is fundamenteel veranderd. Decennialang kon Israƫl straffeloos bombarderen en moorden, wetende dat de buren enkel zouden morren maar niet zouden terugslaan. Die tijd is voorbij. Iran heeft de Israƫlische doctrine van disproportionele reacties overgenomen en omarmd. Elke Israƫlische aanval op Iran of de verzetsbewegingen zal voortaan beantwoord worden met een verpletterende, disproportionele vergelding. Netanyahu heeft de toekomst van zijn land verpest; Israƫl kan niet overleven onder de constante dreiging van raketten die het niet kan onderscheppen. De zogenaamde 'veiligheidszones' in Gaza, Libanon en Syriƫ zijn slechts een versterking van een 78 jaar lang falend beleid, zonder enig voorstel voor vreedzame co-existentie, dat geen vrede creƫert maar onverzoenlijke vijanden.

Een nieuw moreel kompas: De visie van China, Rusland en Iran

Te midden van dit westerse en Israƫlische morele bankroet klinkt er een alternatieve en broodnodige stem. Tijdens het recente staatsbezoek van de Russische President Vladimir Poetin aan China, hebben President Xi Jinping en President Poetin, met de expliciete goedkeuring en steun van Iran, een krachtige verklaring afgelegd.

Zij benadrukken het fundamentele belang van Vrede en het absolute respect voor Soevereiniteit, Onafhankelijkheid en Morele Rechtschapenheid.

Het is een schrijnende vaststelling dat deze waarden, die door China en Rusland als de basis voor een rechtvaardige wereldorde worden geponeerd, nauwelijks nog te bespeuren zijn in Israƫl en de westerse wereld. Waar het Westen en zijn naaste bondgenoot Israƫl de internationale wetgeving aan hun laars lappen, unilaterale sancties opleggen en agressieoorlogen voeren onder het mom van 'preventieve zelfverdediging', eisen Moskou, Peking en Teheran een terugkeer naar het klassieke volkerenrecht. Ze pleiten voor een wereldorde gebaseerd op wederzijds respect en soevereine gelijkheid, in schril contrast met de westerse arrogantie en de Israƫlische expansiedrift.

Tijd voor een voorzichtige herbezinning

De analyse van ambassadeur Freeman laat geen ruimte voor twijfel: het huidige pad van het Westen is een doodlopende straat. Zolang Europa blindelings de Israƫlische en Amerikaanse haviken volgt, en zolang men weigert te erkennen dat soevereiniteit en moraliteit geen westerse monopolies zijn, maar universele rechten die door landen als China en Rusland steeds luider worden verdedigd, zal de neergang van het westerse prestige zich voortzetten. Het is tijd voor een voorzichtige herbezinning, niet alleen in Washington, maar ook in de Europese hoofdsteden, wil men de eigen relevantie en morele geloofwaardigheid niet volledig verspelen.

Stephen Bryen en het Britse voorbeeld: a hole in the bucket

De analyse van Stephen Bryen over het Verenigd Koninkrijk past perfect in dit bredere beeld. Groot-Brittanniƫ gedraagt zich nog graag als een wereldmacht, maar beschikt steeds minder over de materiƫle, personele en industriƫle basis om die rol te dragen. Het Britse leger is gekrompen tot een historisch minimum. Rekrutering stokt. Een aanzienlijk deel van de overblijvende troepen is niet volledig inzetbaar. De marine kampt met acute beschikbaarheidsproblemen. De escortevloot is uitgedund. De onderzeebootcapaciteit is zwaar onder druk. Vliegdekschepen zijn er wel, maar de luchtmacht en begeleiding schieten tekort. Munitievoorraden zijn mager. Reserves zijn ontoereikend.

American soldierMet andere woorden: veel symboliek, weinig inhoud. Bryens beeld van het Verenigd Koninkrijk als een defensie-emmer met een groot gat erin is hard, maar accuraat. Londen praat luid over Oekraïne, NAVO, afschrikking en Europese veiligheid, maar heeft moeite om de eigen strijdkrachten op een geloofwaardig oorlogsvoet te krijgen. Het land leunt voor zijn overleving op de Verenigde Staten, terwijl diezelfde Verenigde Staten zelf steeds meer de kenmerken vertonen van strategische overstretch en industriële erosie. Dat is geen bondgenootschap van kracht, maar een symbool van afhankelijkheden tussen verzwakkende systemen.

Het Britse leger: veel parade in plaats van oorlog. De Britse krijgsmacht is in toenemende mate een voorbeeld van wat er gebeurt wanneer politieke branding belangrijker wordt dan oorlogscapaciteit. Men wil modern, flexibel, expeditionair en NAVO-compatibel lijken. Men wil technologisch ogen. Men wil morele ernst uitstralen. Maar oorlog wordt niet gewonnen door brochures, seminariewoorden of foto's van ministers in kogelvrije vesten.

Een leger heeft drie dingen nodig: mensen, materieel en voorraad: Het Verenigd Koninkrijk heeft op alle drie de fronten problemen. Wanneer het leger sinds het einde van de Koude Oorlog gehalveerd is, wanneer rekrutering spaak loopt, wanneer fysieke en mentale inzetbaarheid afneemt en wanneer voorraden niet tijdig worden aangevuld, dan heb je geen serieuze oorlogsmacht meer. Dan heb je een bureaucratisch beheerd veiligheidsritueel. Daar kan men in Whitehall nog duizend reviews over schrijven, maar de werkelijkheid verandert pas wanneer de fabrieken opnieuw draaien, magazijnen gevuld worden, schepen varen en bataljons gevechtsklaar zijn.

De Royal Navy: schepen op papier, een klucht op zee.  Bryens beschrijving van de Britse marine is ronduit beschamend voor een staat die ooit de zeeĆ«n beheerste. Aanvalsduikboten die niet beschikbaar zijn. Ballistische raketonderzeeĆ«rs die op leeftijd zijn en steeds zwaarder onderhoud vergen. Fregatten in onderhoud of in verbouwing, zonder bemanning of vervroegd uit dienst genomen om schaarste elders op te vangen. Vliegdekschepen die voor maximale luchtcapaciteit Amerikaanse mariniersvliegtuigen nodig hebben. Dat is geen marine op het niveau van een wereldmacht. De strategische ironie is vernietigend: een land dat graag spreekt over maritieme projectie en wereldwijde verantwoordelijkheid heeft moeite om de meest banale operationele continuĆÆteit in zijn vloot te bewaren. Zodra een serieuze crisis zich zou uitbreiden, zou elk gat in planning, personeelsbeheer en munitiebeheer zich onmiddellijk vertalen in gevechtszwakte. Oorlog is een meedogenloze auditor.

De industriƫle basis: geld alleen bouwt geen macht. Hier raken Martyanov en Bryen elkaar het sterkst. Beiden begrijpen dat defensie niet simpelweg een begrotingsregel is. Je kunt niet op het laatste moment met geld zwaaien en verwachten dat er automatisch een competente militaire industrie verschijnt. Industriƫle macht veronderstelt generaties van opleiding, werkdiscipline, technische cultuur, productie-ecosystemen, kwaliteitscontrole en vakmanschap.

Dat is precies wat in grote delen van het Westen is uitgehold.

Je hebt ingenieurs nodig, lassers, machinisten, CNC specialisten, assemblagepersoneel, systeemontwerpers, testteams, materiaalspecialisten, logistieke planners en onderhoudsorganisaties. Je hebt scholen nodig die moeilijke dingen onderwijzen, bedrijven die niet enkel op kwartaalcijfers draaien, en een cultuur die technische excellentie hoger waardeert dan mediafiguren en financiĆ«le luchtfietserij. 

Martyanov formuleert het op zijn eigen botte manier: je koopt geen serieuze strijdkrachten in de supermarkt. En hij heeft gelijk. Een defensie-industrie die primair gericht is op aandeelhouderswaarde in plaats van gevechtseffectiviteit gaat precies produceren wat het Westen vandaag in toenemende mate heeft: extreem dure systemen, langdurige programma's, eindeloze upgrades van oud spul, en een schokkend zwakke verhouding tussen kostprijs en werkelijke prestatie.

Het militair-industrieel complex als aandeelhoudersmachine: De mythe luidt dat het Amerikaanse defensie-apparaat superieur is omdat het meer uitgeeft dan de rest samen. De werkelijkheid is veel onaangenamer. Een groot deel van dat geld verdwijnt in een systeem dat eerst rendement wil genereren en pas daarna nadenkt over oorlog. Dat betekent bureaucratische gelaagdheid, overdesign, procurement fraude door lui in keurige pakken, en een cultuur waarin "duur" ten onrechte met "geavanceerd" wordt verward.

Als een onderscheppingssysteem alleen werkt onder ideale voorwaarden, als scheepsbouw vertraging op vertraging stapelt, als vliegtuigen decennia nodig hebben om optimaal te worden, als onderhoudsachterstanden structureel worden en als munitieproductie niet snel opgeschaald kan worden, dan heb je geen robuuste militaire machine. Dan heb je een financieel geoptimaliseerde veiligheidsindustrie. Maar oorlog maalt zulke ficties fijn.

 

Putin Taliban

 

OekraĆÆne en Iran als twee spiegels.

Martyanovs bredere punt is dat Oekraïne en Iran voor het Westen functioneren als twee verschillende maar verwante spiegels. In Oekraïne ziet men dat de combinatie van NAVO-planning, Amerikaanse materiële steun, mediaverpakking en sanctie-optimisme Rusland niet heeft gebroken. Poetin, die het moet opnemen tegen de ganse NAVO, versterkte het volledig gemoderniseerde Russische leger aanzienlijk. De Russische strijdkrachten tellen nu 2.399.130 effectieven, waaronder 1.510.000 militairen. Ze produceren meer gesofisticeerde wapens op één voormiddag dan gans Europa is een volledig jaar. In Iran ziet men dat hetzelfde Westen geen vanzelfsprekende escalatiedominantie bezit tegen een regionale macht die werkelijk terug kan slaan.

In beide gevallen wordt iets zichtbaar wat de westerse 'elite' geestelijk niet aankan: de wereld buiten hun Atlantische bubbel. Iran bestudeert, produceert, improviseert en absorbeert. Zij wachten niet meer op goedkeuring uit Washington, Londen of Brussel maar bepalen zelf de agenda. Dat is voor de westerse beleidsmakers een existentiƫle belediging, omdat haar hele zelfbeeld gebouwd is op misplaatste superioriteit. Ze dachten de geschiedenis te beheren. Maar ze blijken slechts een acteur te zijn tussen vele andere acteurs, en ze zijn meestal niet de slimste.
 

De crisis van onderwijs en elites

Een bijzonder giftig maar niet onbelangrijk element in Martyanovs diagnose betreft de intellectuele klasse. Hij spaart de Ivy League, denktanks en beleidsfabrieken niet, en men begrijpt waarom. Het Westen lijdt niet enkel aan verkeerde beslissingen, maar aan een elite die haar eigen incompetentie als expertise is gaan verkopen. Men heeft stapels diploma's, netwerken, conferenties, fellowships en opiniestukken, maar nauwelijks begrip van industrie, oorlog, diplomatie of beschavingsgeschiedenis. De specialist zonder werkelijkheidservaring is een typisch neo-imperiaal figuur. Hij beheerst jargon, maar geen realiteit. Hij kan een panel vullen, maar geen land besturen. Hij schrijft over afschrikking zonder ooit een munitiefabriek gezien te hebben, over Rusland zonder Russisch te spreken, over Iran zonder strategische cultuur te begrijpen, en over oorlog alsof het een Powerpoint presentatie is.

Daarom zijn zoveel analyses uit Washington uiteindelijk waardeloos. Niet omdat ze technisch onleesbaar zijn, maar omdat ze op een valse antropologie rusten: de overtuiging dat de rest van de wereld uiteindelijk reageert zoals het van een Amerikaanse vazal wordt verwacht. Dat is geen expertise. Dat is provinciale zelfoverschatting.

De morele crisis is niet los te zien van de militaire crisis. Een beschaving die genocide normaliseert, propaganda verheerlijkt, middelmatigheid beloont en waarheid reduceert tot bruikbaarheid, verliest vroeg of laat ook haar militaire sƩrieux. Dat is geen mystiek. Dat is logisch. Legers komen niet uit het niets. Ze komen uit samenlevingen. Ze dragen de deugden en ondeugden van die samenlevingen mee. Als een cultuur narcistisch, consumentisme verheerlijkt, infantiliserend en antitechnisch wordt, dan krijg je ook officierenkorpsen die mythen geloven, inlichtingenapparaten die hun eigen praat geloven, en politieke leiders die denken dat een oorlog hetzelfde is als een televisieformaat met schokkende beelden en een gewenste narratieve climax.

Martyanovs harde verwijt dat het Westen "moral sense" verloren heeft, moet in die zin ernstig genomen worden. Niet als preek, maar als strategische observatie. Morele ontbinding en institutionele ontbinding lopen vaak parallel. Een elite die geen grenzen meer kent in haar rationalisaties, kent meestal ook geen rem meer op haar incompetentie. 

Europa: te laat wakker en te zwak om te corrigeren

EU Sanctions Stay

Ursula Von der Leyen

Waar laat dit Europa? In een miserabele positie. Europa voelt dat de grond onder het oude Atlantische model beweegt, maar mist de politieke klasse, de industriĆ«le reflex en de culturele ruggengraat om daar zelfstandig op te reageren. Men heeft te lang geleefd in de waan van Amerikaanse veiligheid, goedkoop vermaak, financiĆ«le globalisering en morele zelfvoldoening. Nu de harde werkelijkheid terugkeert - oorlog, productie, energie, grenzen, voorraden, soevereiniteit - blijkt hoe leeg het Europese centrum geworden is. 

Het Verenigd Koninkrijk is daarvan een karikaturaal voorbeeld, maar niet het enige. Frankrijk zit gevangen tussen imperiale fantasie en binnenlandse erosie. Duitsland heeft zijn industriƫle ratio ingeruild voor ideologische zelfverminking. Brussel produceert regels sneller dan staten granaten kunnen produceren. En toch is dit precies de fase waarin slogans niet langer volstaan. Een samenleving kan maar zo lang doen alsof haar problemen op te lossen zijn. Op een gegeven moment blijken ze structureel.

Conclusie: het lijk beweegt nog maar het leeft niet meer

De stijl van Martyanov is meedogenloos omdat hij gelooft dat beleefd taalgebruik vaak een vorm van medeplichtigheid is aan leugens. 

Daar zit iets in. Want wat zich vandaag aandient, is niet zomaar "een moeilijke geopolitieke overgang", niet "een uitdagende veiligheidscontext", niet "een behoefte aan herkalibratie". Dat is de taal van functionarissen die het lijk nog een nieuwe das willen omdoen. De werkelijkheid is rauwer. De Amerikaanse aanval op Iran en de onmiddellijke Iraanse respons tonen dat de tijd van onbetwiste westerse militaire intimidatie voorbij is. De analyse van Stephen Bryen over het Britse defensie-instituut laat zien dat zelfs klassieke kernmachten van het Westen kampen met personeelsgebrek, industriƫle insufficiƫntie en strategische verwarring. Samen vormen deze twee lijnen een vernietigend beeld: het Westen is nog luidruchtig, nog rijk, nog gevaarlijk, maar het is niet meer coherent, niet meer onaantastbaar en niet meer in staat zijn eigen mythes overtuigend te dragen.

Daarom gebruikt Martyanov de metafoor van het ontbindende lijk wat nog aangekleed kan worden. Het kan cosmetisch worden behandeld. Men kan commentatoren laten verklaren dat alles onder controle is. Maar ontbinding heeft haar eigen waarheid. En die waarheid laat zich op den duur niet wegtoveren.

EU en Censuur

 

Jacques Baud

Jacques Baud, gecensureerd door de EU in naam van de strijd tegen desinformatie

In de Europese Unie zijn bepaalde meningen nu onderworpen aan zware administratieve sancties – zonder proces, zonder recht op verdediging en zonder dat er een strafbaar feit is gepleegd. De Zwitserse kolonel Jacques Baud is een treffend voorbeeld.

Bronnen

Andrei Martyanov - https://www.youtube.com/@smoothieX12     
Stephen Bryen -  https://substack.com/home/post/p-201607818    
Ursula Von der Leyen - https://youtu.be/OA9zzNf4rHI   
Nima R. Alkorshid - https://www.youtube.com/@dialogueworks01     
Pepe Escobar - https://www.youtube.com/results?search_query=pepe+escobar&sp=EgQIBBAB  
Chas Freeman - https://chasfreeman.net/    
Judge Napolitano - https://www.youtube.com/results?search_query=judge+napolitano&sp=EgQIBBAB  
Forum Politica - https://forumgeopolitica.com/article/jacques-baud-censored-by-the-eu-in-the-name-of-fighting-misinformation    
 

Redactionele onafhankelijkheid en citaatrecht:
Dit artikel is een oorspronkelijke, kritische synthese en reflectie geschreven door Frank Dumon. De tekst is gebaseerd op de publieke analyses, uitzendingen en geschriften van de vermelde auteurs en commentatoren. Waar gebruik wordt gemaakt van citaten, metaforen of specifieke stellingen, gebeurt dit uitsluitend binnen de wettelijke grenzen van het citaatrecht (artikel XI.187 van het Belgisch Wetboek van Economisch Recht) ten behoeve van kritische analyse, recensie en publiek debat. De weergegeven meningen, analyses en conclusies in dit stuk weerspiegelen de exacte standpunten van de geciteerde bronnen.

Vrijheid van meningsuiting:
De inhoud van dit artikel betreft scherpe geopolitieke, militaire en maatschappelijke kritiek. Deze valt onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting (Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Binnen dit kader dienen publieke figuren, staten, lobby's en instituten een ruime mate van kritiek, en zelfs provocatie of overdrijving, te verdragen in het belang van een open en eerlijk democratisch debat.

Auteursrecht en afbeeldingen:
De in dit artikel gebruikte afbeeldingen zijn ofwel publiek domein, ofwel gebruikt onder het recht op citaat voor kritische beschouwing. Mocht desondanks een rechthebbende van mening zijn dat een afbeelding onrechtmatig is gepubliceerd, dan verzoeken wij vriendelijk om contact op te nemen via de.jakobijn@gmail.com voor onmiddellijke verwijdering of aanpassing.