Het Vietnam-Moment: Hoe het Westen Zichzelf Uitput in een Strategische Wildernis

Na vierenhalf jaar proxy-oorlog vertoont het westerse oorlogsverhaal onherstelbare barsten. Wat begon als een morele kruistocht om de 'regelgebaseerde orde' te verdedigen, is veranderd in een uitputtingsslag die de economische, politieke en morele fundamenten van het Westen zelf ondermijnt. Net als tijdens de Vietnamoorlog begint de kloof tussen de triomfantelijke retoriek van de politieke elite en de grimmige realiteit op het slagveld onoverbrugbaar te worden. De munitievoorraad slinkt, de economische offers worden voelbaar in de portemonnee van de burger, en de morele superioriteit van het Westen verdampt in een moeras van hypocrisie en staatsterrorisme. We naderen wat de Amerikaanse historicus en politiek analist David Gibbs het "Vietnam-moment" noemt: het onvermijdelijke kantelpunt waarop een imperium zijn eigen uitputting niet langer kan verhullen.
Door Frank Dumon
Om de huidige geopolitieke impasse te begrijpen, moeten we voorbij de dagelijkse stroom aan persconferenties en propagandistische overwinningen kijken. Het Westen bevindt zich in wat militaire strategen een 'strategische wildernis' noemen. De NAVO en de Europese Unie hebben al hun kaarten gespeeld – van ongekende economische sancties tot de levering van geavanceerde westerse wapensystemen en grootschalige terreurcampagnes tegen de Russische burgerbevolking. Niets van dit alles heeft Moskou op de knieën gedwongen. In plaats daarvan kijken we naar een continent dat zijn eigen industrie de-industrialiseert, een politieke klasse die gevangen zit in haar eigen leugens, en een samenleving die langzaam maar zeker de rekening gepresenteerd krijgt van een oorlog die niet te winnen is.
De Baltische Spiegel: Russofobie als Staatsideologie
Om de morele staat van het huidige Europa te doorgronden, volstaat een blik op de oostelijke flanken van de Europese Unie. In een recente analyse na een reis door de Baltische staten (Letland, Litouwen en Estland) schetst David Gibbs een verontrustend beeld van een agressief nationalisme dat door de westerse instellingen niet alleen wordt getolereerd, maar actief wordt omarmd. In deze landen, waar etnische Russen tot wel 25 procent van de bevolking uitmaken, wordt systematisch gewerkt aan de culturele en politieke uitwissing van de Russische taal en identiteit.
Waar Canada zijn grote Franstalige minderheid een gelijkwaardige, constitutionele status geeft, wordt Russisch in de Baltische staten uitgebannen uit het onderwijs en de publieke omroep. Nog schokkender is het fenomeen van de 'niet-burgers': honderdduizenden Russischsprekende inwoners zijn hun stemrecht en paspoort ontnomen en leven als staatlozen met speciale identiteitskaarten. Het doet denken aan de Nansen-paspoorten voor ontheemden in het interbellum, of erger nog, aan de systematische uitsluiting van minderheden in het Amerikaanse Zuiden ten tijde van de Jim Crow-wetten. Gibbs vergelijkt de sfeer in deze 'democratieën' met de rassenwetten van Alabama en Mississippi in de vorige eeuw.
Deze openlijke discriminatie en russofobie worden in Brussel met stilzwijgen, zo niet met applaus, begroet. De Europese Unie, die zich maar al te graag profileert als de wereldwijde hoeder van mensenrechten, multiculturalisme en liberalisme, kijkt de andere kant op zolang de discriminatie maar anti-Russisch is. Figuren als Kaja Kallas, de huidige buitenlandchef van de EU, belichamen deze huichelachtigheid. Zij schudt in Armenië de handen van leiders die de oppositie en kerkleiding gevangen zetten, maar geeft Georgië de les over hun vermeende gebrek aan Europese waarden.
De russofobie in het Westen heeft inmiddels pathologische vormen aangenomen die doen denken aan de donkerste hoofdstukken van de Europese geschiedenis. Gibbs trekt een ongemakkelijke maar terechte parallel met het antisemitisme van de jaren dertig. Net als de Joden destijds worden Russen in het westerse discours afgeschilderd als een diabolische, allesomvattende bedreiging, maar tegelijkertijd als primitief, belachelijk en achterlijk. Het is een contradictorisch stereotype: de Rus is zowel een sluwe meesterbrein als een barbaarse dwaas.
Hillary Clintons beruchte typering van de helft van de Amerikaanse kiezers als een "basket of deplorables" (een mand vol betreurenswaardigen) is in Europa moeiteloos overgeheveld op de Russische bevolking. Ze zijn het *white trash* van Europa geworden, een raciale en culturele outcast die volgens de neoliberale elite 'heropgevoed' moet worden. Deze imperialistische *white man's burden* rechtvaardigt elke sanctie, elke wapenleverantie en elke economische zelfmoord. Zolang de haat zich maar tegen Moskou richt, is het in de ogen van de Brusselse elite geen haat, maar 'beschaving'.
De 40 Dagen van Terreur en de Morele Faillietverklaring
Deze morele onthechting culmineerde recentelijk in wat door westerse strategen werd gepresenteerd als een meesterzet, maar in werkelijkheid een campagne van staatsterrorisme was. Eind juni kondigde het regime in Kiev, aangespoord door zijn NAVO-beschermheren, een 40-daagse campagne van langeafstandsaanvallen op Russisch grondgebied aan. Het doel was helder: door middel van een massale zwerm aan drones de Russische economie ontwrichten, de burgerbevolking terroriseren en Moskou zo dwingen tot een staakt-het-vuren. Dit staakt-het-vuren zou de NAVO de broodnodige adempauze geven om de uitgeputte Oekraïense arsenalen aan te vullen en de frontlinies te versterken.
De Europese Unie financierde dit deels met een lening van 90 miljard euro, bedoeld om de productie van langeafstandsdrones op te voeren. Dagelijks vlogen honderden westerse drones, vaak geleid door Amerikaanse inlichtingendiensten en AI-systemen zoals Palantir, naar Moskou en andere Russische steden. Ze richtten zich op olie-infrastructuur, commerciële magazijnen en, onvermijdelijk, op burgers. Het absolute dieptepunt van deze terreurcampagne vond plaats op 3 augustus, de laatste dag van de campagne, toen een door de NAVO geleverde drone insloeg op een overvol strand aan de Zwarte Zee, waarbij zeven burgers, onder wie vier kinderen, werden gedood.
De westerse media, normaal gesproken vol van verontwaardiging over burgerslachtoffers elders, reageerden met een oorverdovende stilte. Sterker nog, in een zieke omkering van de realiteit werden in dezelfde week video's verspreid (afkomstig van de Oekraïense politie) die moesten suggereren dat Russische troepen op Oekraïense burgers zouden 'jagen' in zogenaamde human safaris. Het is een klassieke false-flag tactiek, bedoeld om de eigen terreurdaden te maskeren. De NAVO heeft alles op Rusland gegooid, behalve kernwapens, in een poging de wil van het Russische volk te breken.
Het resultaat? Een strategische wildernis. De terreurcampagne is jammerlijk mislukt. In plaats van capitulatie heeft het bombardement op burgers de Russische samenleving juist verhard. De herinnering aan de dode kinderen op het strand heeft de Russische vastberadenheid om wat Moskou omschrijft als het 'NAVO-nazi-regime' in Kiev tot de laatste vezel uit te roeien, alleen maar vergroot. Er valt niet te onderhandelen met een tegenstander die willens en wetens je kinderen op het strand executeert; een dergelijke ziekte kan, in de ogen van de Russische bevolking, slechts worden uitgeroeid. De terroristische tactiek heeft de NAVO in een positie gemanoeuvreerd waarin ze geen kaarten meer over heeft om te spelen.
De Logistieke Wurggreep: Hoe Rusland Oekraïne Verstikt
Terwijl het Westen zich verliest in symbolische terreurdaden met drones, voert Rusland een meedogenloze en systematische ontmanteling uit van de Oekraïense staat als functionele entiteit. Militair analisten zoals Stanislav Krapivnik wijzen erop dat Moskou de Oekraïense economische en logistieke slagader heeft doorgesneden. De focus is verschoven van puur tactische frontlinies naar de strategische levenslijnen van het land: de havens, de spoorwegen en de brandstofvoorziening.

Neem de situatie rondom Odessa en Nikolaev. Deze havensteden waren de longen van de Oekraïense economie, goed voor de export van graan, ijzer en zonnebloemolie – een markt van tientallen miljarden dollars die het regime in Kiev en zijn westerse sponsors van broodnodige inkomsten voorzag. Rusland heeft de haveninfrastructuur systematisch met de grond gelijk gemaakt. Niet alleen de terminals zijn vernietigd, maar ook de schepen die probeerden de blokkade te doorbreken, en de bruggen die de verbinding vormen met alternatieve routes via Roemenië (zoals de Constanta-route, die slechts 20 procent van de capaciteit van Odessa heeft). Oekraïne is in feite afgesneden van de Zwarte Zee en verliest jaarlijks zo'n 50 miljard dollar aan exportinkomsten.
Ook het spoorwegnetwerk, de ruggengraat van de NAVO-bevoorrading, is lamgelegd. In plaats van alleen de rails te bombarderen, pakt Rusland nu de locomotieven aan. Omdat het Oekraïense elektriciteitsnet zwaar beschadigd is, is het land afhankelijk van diesellocomotieven, en juist die worden genadeloos opgejaagd. Lokale partizanen saboteren daarnaast de infrastructuur en ontkoppelen treinen met westerse wapens. Zonder spoorwegen en zonder functionele havens rest Oekraïne slechts het vervoer over de weg.
Maar ook daar heeft Rusland het vizier op gericht: honderden tankstations en brandstofdepots in regio's als Charkov, Sumy en Zaporizja zijn vernietigd. Zonder diesel staan de vrachtwagens stil, drogen de supermarkt rekken op en verandert de bevoorrading van het leger in een onmogelijke opgave. Deze wurggreep heeft Oekraïne veranderd in wat Krapivnik omschrijft als een mislukte staat die zijn eigen bevolking uitbuit. Van de gedwongen rekrutering van mannen tot de gruwelijke rapporten over zwarte handel in organen van gewonde soldaten; het regime in Kiev is verworden tot een door en toe corrupte onderneming die zijn eigen burgers als grondstof ziet.
De westerse belastingbetaler zal de rekening van dit falen mogen betalen, terwijl Oekraïense graanoverschotten, voor zover ze de grens over komen via vrachtwagens, de markten van buurlanden als Polen en Slowakije overspoelen en daar tot woedende boerenprotesten leiden. Oekraïne is economisch, logistiek en moreel een zombie-staat geworden, kunstmatig in leven gehouden door westerse kapitaalinfusen, terwijl de NAVO-leiders weigeren de stekker eruit te trekken uit angst voor de politieke consequenties.
Rusland heeft zich daarentegen opmerkelijk snel aangepast. Waar Oekraïne en het Westen hoopten dat de Russische economie zou breken onder de druk van de drone-aanvallen op olieraffinaderijen en magazijnen, bleek de Russische maatschappij veel veerkrachtiger. Grote commerciële spelers, zoals de e-commerce gigant Wildberries, schakelden na de eerste aanvallen razendsnel over van gigantische, kwetsbare distributiecentra naar een gedecentraliseerd netwerk van kleine magazijnen. De brandstoftekorten die de westerse media in het begin van de zomer nog aanwezen als het begin van het einde voor Poetin, bleken tijdelijke logistieke haperingen die door de Russische staat en markt in enkele weken werden opgelost. De Russische burger, gehard door een eeuw van existentiële crises, revoluties en invasies, bleek niet bereid te buigen voor de druk van Amazon leveringen of westerse sancties.
Hoe kan het dat het Westen, met zijn overweldigende economische en militaire macht, na vierenhalf jaar nog steeds geen overwinning heeft geboekt op een land dat volgens de westerse media op instorten staat? Het antwoord ligt in de mythe van de Russische ineenstorting, een narratief dat angstvallig in stand wordt gehouden door politici en de mainstream media.
Obama op 65-jarige leeftijd: de Nobelprijswinnaar voor de Vrede die zeven landen zwaar bombardeerde. In 2009, minder dan negen maanden na zijn aantreden, ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede.
De voormalige Amerikaanse president voerde campagne met de belofte een einde te maken aan oorlogen en beloofde het detentiekamp Guantánamo Bay te sluiten. Acht jaar later was de gevangenis nog steeds open, werden zeven landen gebombardeerd en werd Obama de eerste Amerikaanse president die twee volledige ambtstermijnen uitzat tijdens een oorlog.
Zeven doelen, één doctrine
Drones en luchtaanvallen werden een centraal onderdeel van Obama's buitenlands beleid. Het Bureau of Investigative Journalism telde 563 aanvallen in Pakistan, Somalië en Jemen tijdens zijn twee ambtstermijnen – bijna tien keer zoveel als onder George W. Bush.
In 2016, het laatste jaar van Obama's presidentschap, lieten de VS naar schatting 26.172 bommen vallen op zeven landen:
Afghanistan: 1.337 bommen werden in 2016 afgeworpen – een stijging van 40% ten opzichte van 2015. Het aantal Afghaanse burgerslachtoffers was hoog; de Verenigde Naties meldden minstens 85 doden in 2016.
Syrië: 12.192 bommen, gericht tegen ISIS en de Al-Qaeda-afsplitsing Khorasan. Bij één aanval, nabij de door ISIS bezette stad Manbij, kwamen minstens 56 burgers om het leven – 11 van hen kinderen.
Irak: 12.095 bommen, toen Amerikaanse troepen terugkeerden om ISIS te bestrijden. Maar ook de Iraakse burger Wa'ad Ahmad al-Tai en zijn familie werden slachtoffer. Zijn huis werd gebombardeerd en zijn 3-jarige dochter en 9-jarige zoon kwamen daarbij om het leven.
Libië: 496 bommen. Vóór 2016 leidden Amerikaanse luchtaanvallen in 2011 tot de dood van Muammar Gaddafi en de desintegratie van de Libische politieke en sociale orde, waardoor het land een decennium van chaos tegemoet ging. Later noemde Obama het een van zijn grootste fouten.
Jemen: 35 bommen. De aanvallen in voorgaande jaren doodden niet alleen Al Qaida-strijders, maar ook burgers. In 2009 kwamen bijvoorbeeld 55 Jemenieten om het leven door Amerikaanse bommen, waaronder 21 kinderen.
Somalië: 14 bommen, waaronder de dood van de leider van Al Shabaab. Daarvoor had een Amerikaanse luchtaanval echter al 10 leden van een geallieerde lokale militie gedood.
Pakistan: 3 bommen in 2016. Ondanks het lage aantal werd het land het beruchte centrum van Obama's geheime oorlog tegen Afghaanse militante groeperingen – alleen al in 2010 voerde de CIA 128 drone-aanvallen uit.
Terwijl de VS beweerde dat de aanvallen "uitzonderlijk nauwkeurig en precies" waren, ontmantelde Obama de Amerikaanse oorlogsmachine niet. Invasies werden drone-aanvallen. Bezetting werd terrorismebestrijding. Burgerdoden werden statistieken die Washington vervolgens kon betwisten.

Gibbs wijst op de harde, controleerbare feiten die zelden de voorpagina's van *The Economist* of *The New York Times* halen. De Russische militaire uitgaven bedragen ongeveer 6,3 tot 6,5 procent van het BBP. Hoewel dit een groot deel van de staatsbegroting vormt, is het historisch gezien een fractie van wat een land in een existentiële oorlog pleegt uit te geven. Ter vergelijking: de Verenigde Staten en nazi-Duitsland gaven tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 40 tot 50 procent van hun BBP uit aan defensie. Rusland heeft zijn economie dus nog lang niet volledig op een oorlogsvoet gebracht en beschikt over een enorme reserve om de strijd nog jarenlang vol te houden. Het idee dat Rusland op het punt staat om te vallen door economische uitputting, is een fabeltje dat vooral in de wandelgangen van Brussel wordt geloofd omdat het moet worden geloofd.
Ook de politieke stabiliteit van het Russische leiderschap staat in schril contrast met de westerse perceptie. Onafhankelijke peilingen, zoals die van het Levada Center, tonen aan dat de populariteit van Vladimir Poetin, ondanks een lichte daling, nog steeds rond de 74 procent ligt. Dat is een cijfer waar westerse leiders als Emmanuel Macron, Friedrich Merz of Keir Starmer alleen maar van kunnen dromen in hun door schandalen, migratiecrises en economische malaise geplaagde landen.
We bevinden ons in een situatie die akelig veel weg heeft van de Verenigde Staten in de aanloop naar het Tet-offensief in Vietnam in 1968. Jarenlang werd het Amerikaanse publiek door minister van Defensie Robert McNamara en de gevestigde media voorgehouden dat de Vietcong op de rand van de nederlaag stond. Het aantal gedode vijanden werd gemanipuleerd om succes te suggereren, en critici werden gemarginaliseerd of gecensureerd. Maar in de jungle wisten de generaals en inlichtingenofficieren, zoals de latere klokkenluider Daniel Ellsberg, al lang dat de oorlog verloren was. Toen de Vietcong tijdens het Tet-offensief plotseling overal toesloegen, en zelfs de Amerikaanse ambassade in Saigon binnendrongen, klapte het westerse narratief als een kaartenhuis in elkaar. Het publiek verloor zijn vertrouwen in de instellingen, wat leidde tot het zogeheten 'Vietnam-syndroom': een diep wantrouwen tegenover militaire interventies dat de Amerikaanse politiek decennialang zou vormen.
Het Westen bevindt zich nu in de ontkenningsfase van datzelfde syndroom. De Europese leiders vertellen hun bevolking dat Rusland op de rand van de afgrond staat, dat de sancties werken en dat de overwinning nabij is. Maar de realiteit is dat de Europese industrie de-industrialiseert door het verlies van goedkope Russische energie (en de sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen), terwijl de sociale cohesie onder druk staat door de torenhoge kosten van levensonderhoud. Wanneer de onvermijdelijke nederlaag niet langer kan worden verdoezeld – wanneer de Oekraïense frontlinies definitief breken, de bevoorradingslinies volledig instorten of het regime in Kiev implodeert – zal de klap voor het westerse establishment verpletterend zijn. Er is geen exit strategie, geen plan B. Alleen de strategische wildernis.
De Cultuuroorlog als Oorlogsmotor en de Crisis van Links

Wat deze geopolitieke tragedie extra complex maakt, is de manier waarop het westerse militaire apparaat de moderne 'cultuuroorlogen' heeft gekaapt om instemming voor oorlog te fabriceren. Vroeger was de anti oorlogsbeweging traditioneel verankerd in links, terwijl rechts het militaire establishment en interventionisme steunde. Die tweedeling is volledig ingestort. Behalve wat de PVDA betreft. Zij verdienen daarvoor alle respect. Door Poetin te framen als de ultieme conservatieve, homovijandige aartsvijand, wordt de geopolitieke strijd tegen Rusland verkocht als een morele kruistocht voor mensenrechten.
Het westerse leger en de inlichtingendiensten presenteren zichzelf tegenwoordig als kampioenen van diversiteit, inclusiviteit en LGBTQ+-rechten. De CIA en het Pentagon produceren wervingsvideo's waarin intersectionaliteit en 'roze' identiteiten worden gevierd. Dit *pinkwashing* van het militair-industrieel complex is een geniale, maar uiterst cynische zet om progressieve en linkse kiezers aan de oorlogsmachine te binden.
Dit heeft geleid tot een bizarre situatie waarin delen van westers links, die zich voorheen fel verzetten tegen imperialistische avonturen in Irak of Afghanistan, nu de proxy-oorlog in Oekraïne en zelfs een confrontatie met Iran steunen. De morele verontwaardiging over gender- en identiteitskwesties is de nieuwe rechtvaardiging geworden voor het afwerpen van bommen en het opleggen van wurgende sancties. Links is verdwaald in een 'moralistische dwaling': de overtuiging dat het innemen van een moreel superieur standpunt op cultuurkwesties automatisch het westerse buitenlandse beleid legitimeert. Zolang het Westen 'aan de goede kant van de geschiedenis' staat wat betreft genderneutrale voornaamwoorden, lijkt het bombarderen van Russische steden en het financieren van een corrupt regime in Kiev een aanvaardbare prijs.
Tegelijkertijd zien we aan de rechterkant van het spectrum een opmerkelijke verschuiving. Conservatieve figuren die voorheen het militaire establishment steunden, beginnen nu openlijk te twijfelen aan de oorlog. Er zijn zelfs voorzichtige pogingen, zoals bijeenkomsten georganiseerd door figuren als Tucker Carlson (die zijn presidentscampagne voorbereid?), om een nieuwe, ideologie-overstijgende anti-oorlogscoalitie te smeden, gedreven door het besef dat de werkende klasse de prijs betaalt voor de imperiale ambities van de elite. Maar zolang de cultuuroorlogen de samenleving zo diep verdelen, blijft een brede vredesbeweging een illusie. Het systeem slaagt er vooralsnog in om de woede over economische achteruitgang te kanaliseren naar externe zondebokken: Poetin, Rusland, of de migrant.
Het Einde van het Imperium en de Zoektocht naar een Zondebok
Wanneer het "Vietnam-moment" daadwerkelijk aanbreekt, zal de westerse elite niet zonder slag of stoot de verantwoordelijkheid op zich nemen. Net als na de Irak-oorlog en de chaotische terugtrekking uit Afghanistan, zullen de architecten van dit debacle proberen de dans te ontspringen. Gebrek aan verantwoordingsplicht (accountability) is het kenmerk van de moderne westerse democratie geworden. De neoconservatieven en neoliberale elites die de rampen in het Midden-Oosten orkestreerden, werden niet berecht, maar gepromoveerd naar denktanks, raden van bestuur en adviseurschappen. Victoria Nuland, een van de drijvende krachten achter de Irak-oorlog, werd later een sleutelfiguur in het Oekraïne-beleid. In Washington en Brussel is falen geen carrière-einde, maar een opstapje.
Toch is de situatie nu anders. De economische schade die Europa zichzelf heeft toegebracht door de ontkoppeling van Rusland is structureel en onomkeerbaar. De Duitse industrie, het kloppende hart van de Europese economie, bloedt leeg. De sociale onrust zal toenemen naarmate de bevolking beseft dat hun welvaart is opgeofferd voor een oorlog die niet alleen verloren is, maar die ook nog eens is gebaseerd op leugens.

De politieke instabiliteit in Europa is nu al ongekend. Regeringen vallen over elkaar heen, leiders zijn historisch impopulair, en de opkomst van populistische en anti-establishment partijen is een direct gevolg van dit gevoel van verraad. Als de nederlaag in Oekraïne een feit is, zal het establishment proberen een zondebok te vinden. Zal de schuif bij een falende generaal in Kiev worden gelegd? Bij de opkomst van het Mondiale Zuiden? Of zal de woede zich, net als in de jaren dertig, tegen de eigen instituties keren? De Britse premier Keir Starmer, de Franse president Macron, en de Duitse politiek in het algemeen bevinden zich op dun ijs. De belofte van een snelle overwinning en de morele verheffing van het Westen is omgeslagen in een langdurige uitputtingsslag die de sociale weefsels van de Europese naties verscheurt.
De strategische wildernis waar de NAVO zich nu in bevindt, biedt geen uitweg. Er zijn geen wonderwapens meer die het tij kunnen keren. De voorraden Patriot raketten zijn uitgeput, mede omdat de Amerikaanse militaire machine zich nu ook gedwongen ziet om zich voor te bereiden op een conflict in het Midden-Oosten (Iran) en de Indo-Pacific (China). Er zijn geen geheime voorraden meer, en er is geen Europese economie die de put van de westerse schulden en de wederopbouw van Oekraïne nog kan vullen. Het Westen heeft de terreurkaart gespeeld, de economische kaart, en de morele kaart. Ze zijn allemaal nutteloos gebleken.
Het Vietnam-Moment: Wanneer de Propaganda Botst met de Realiteit komt de Onvermijdelijke Afrekening
Het imperium put zichzelf uit, niet door een tekort aan staal of buskruit, maar door een tekort aan realiteitszin. Het westerse model, gedreven door een combinatie van neoliberale hebzucht en neoconservatieve hoogmoed, is vastgelopen in de modder van de Donbas, de verwoeste havens van Odessa en de steppen van Rusland. De russofobie, die diende als de lijm om een verdeeld Westen samen te binden en de eigen bevolking te mobiliseren, heeft plaatsgemaakt voor een diepe, existentiële vermoeidheid. De Europese burger begint te beseffen dat de koude winter, de stijgende energierekeningen en de inflatie het directe gevolg zijn van de hubris van hun eigen leiders.
Het naderende Vietnam-moment zal pijnlijk zijn. Het zal het einde betekenen van de unipolaire wereldorde, het failliet van de Europese Unie als onafhankelijke geopolitieke speler, en de ontmaskering van een media- en politiek establishment dat zijn eigen bevolking jarenlang heeft misleid met fabeltjes over 'Russische incompetentie' en 'Oekraïense triomftochten'.
De vraag is niet langer óf het Westen zijn nederlaag zal moeten erkennen, maar hoe het de brokstukken van zijn eigen strategische wildernis zal opruimen. Zal er, temidden van de ruïnes van deze proxy-oorlog, ruimte ontstaan voor een nieuwe, oprechte anti-oorlogsbeweging? Een beweging die niet langer zwicht voor de lokroep van imperiale propaganda of zich laat verdelen door de valstrikken van de cultuuroorlog, maar kiest voor vrede, soevereiniteit en menselijkheid? Tot die tijd blijft het Westen gevangen in zijn eigen mythes, terwijl de realiteit, meedogenloos en onverbiddelijk, aan de poorten klopt.