Europa's Oorlogsretoriek, het Saudi-dilemma en de Ineenstorting van de Westerse Hegemonie
Door Frank Dumon
In de hedendaagse geopolitieke arena is de ongeoorloofde aanwending van geweld door westerse regeringen geen uitzondering meer, maar een alledaagsheid die stilletjes is genormaliseerd. We zijn getuigen van een tijdperk waarin "preventieve oorlog" – een eufemisme voor pure agressie – wordt ingezet zonder noemenswaardig verzet van de bevolking. De vraag die zich opdringt, en die ook in de Amerikaanse libertarische kringen steeds luider klinkt, is fundamenteel: wat als het soms noodzakelijk is om je land te redden door de regering te veranderen of af te schaffen? Wat als het gevaarlijk is om gelijk te hebben wanneer de overheid het bij het verkeerde eind heeft? En wat als de grootste kracht van vrijheid nu juist het gevaar is dat ze in het gedrang komt?
Deze vragen zijn niet louter filosofisch; ze zijn de directe weerspiegeling van een Westen dat verstrikt is geraakt in zijn eigen retoriek. Aan de hand van recente analyses van geopolitiek waarnemer Alastair Crooke, gecombineerd met de harde budgettaire realiteit van de Europese Unie, schetsen we een sober maar noodzakelijk beeld van een continent en een wereldorde die op een afgrond afstevenen. Dit artikel ontleedt de oorlogskoorts in Europa, de desastreuze sanctiespiraal, en de ineenstorting van de postkoloniale constructie in de Golfregio, met name de precaire positie van Saoedi-Arabië.
Deel 1: Europa's Oorlogskoorts en de Discrepantie met de Realiteit
De algemene stemming in Europa wordt momenteel gedomineerd door een ongebreidelde oorlogsretoriek. Leiders in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland lijken dagelijks de vlammen van een naderend conflict op te stoken. In Duitsland wordt gesproken over de herinvoering van de dienstplicht voor jongeren. In Groot-Brittannië worden burgers geadviseerd om water en blikvoedsel in te slaan, terwijl publieke figuren op de televisie onomwonden stellen dat "oorlog komt" en dat burgerslachtoffers helaas de "prijs zijn die je moet betalen om niet bezet te worden". Deze retoriek bereikt soms absurde hoogten, waarbij Europese leiders na conferenties poseren in militaire jassen, een toneelstukje dat door de gemiddelde burger steeds meer als pathetisch en losgezongen van de realiteit wordt ervaren.
De Europese bevolking koopt dit narratief niet langer. Er is wel degelijk angst, maar die wordt kunstmatig en agressief aangewakkerd door een politieke elite die wanhopig is. Deze wanhoop is niet zonder reden. De economische structuren in Europa brokkelen af. De recente regionale verkiezingen in Duitsland zijn een vernietigend oordeel over het huidige beleid: de regerende CDU zag haar steun in bepaalde provincies tot onder de 5 procent kelderen, en in Berlijn werd de linkse vleugel volledig weggevaagd. Desondanks houdt de Duitse leiding vast aan het project van een "sterk leger", een beleid dat Rusland slechts verder zal provoceren zonder de binnenlandse afkalving te stoppen.
Deze oorlogsretoriek staat in schril contrast met de militaire en politieke realiteit aan het oostfront. Ondanks de massale inzet van westerse raketten en de poging om de Russische parlementsverkiezingen (de Doema) te verstoren met grootschalige aanvallen op Moskou, bleek de Russische verdediging grotendeels effectief. De verkiezingen verliepen normaal en de regerende partij behaalde een verwachte, zij het iets mindere, overwinning. Het westerse doel om de Russische staat te destabiliseren is failliet, maar in plaats van reflectie, kiest het Westen voor escalatie.
Deel 2: De Sanctiespiraal, de Energiecrisis en de EU financiële Put
De escalatie wordt verder aangewakkerd door een nieuwe golf van sancties, in de volksmond de "sancties uit de hel" genoemd, die onlangs door de Amerikaanse regering werden bekrachtigd en onmiddellijk werden toegepast op grote Russische banken. Tegelijkertijd zien we gerichte aanvallen op Russische raffinaderijen. Washington heeft gewaarschuwd dat deze aanvallen de mondiale dieselproductie ondermijnen, aangezien Rusland voorheen een belangrijke leverancier was. Toch gaan deze aanvallen door, geleid door een blinde drang om Rusland te straffen, zonder oog voor de catastrofale terugslag op de wereldeconomie.
Europa is volkomen onvoorbereid op de consequenties hiervan. Er komt een tekort van een half miljoen vaten per dag aan in het laatste kwartaal, en de brandstofprijzen zullen niet geleidelijk stijgen om de vraag te temperen, maar als een "cliff edge" (een steile afgrond) toeslaan. In delen van Frankrijk zien we nu al vrachtwagenchauffeurs in lange rijen staan bij tankstations. De elite probeert deze onvermijdelijke economische pijn te maskeren met angstcampagnes, vergelijkbaar met de enscenering rond de COVID-pandemie, waarbij beelden van legervrachtwagens vol doodskisten werden gebruikt om paniek te zaaien, terwijl de realiteit genuanceerder was.
Hier moet de harde financiële realiteit van de Europese steun aan Oekraïne worden bezien. Volgens de officiële cijfers van de Europese Commissie bedraagt de totale EU-steun aan Oekraïne sinds het begin van de oorlog een astronomisch bedrag van €224,5 miljard. Een analyse van deze cijfers onthult de schaal van de middelen die worden weggepompt uit een verzwakkende Europese economie:
- €110,3 miljard is verstrekt of gegarandeerd via de EU-begroting.
- €77,9 miljard bestaat uit militaire bijstandsmaatregelen.
- Tot €17 miljard is bestemd om lidstaten te helpen bij de opvang van Oekraïners in de EU.
- €15,5 miljard komt uit directe steun van de EU-lidstaten zelf.
- €3,8 miljard wordt gefinancierd uit de opbrengsten van bevroren Russische activa.
Binnen de EU-begroting alleen al gaat het om €43,3 miljard aan macrofinanciële bijstand, €42 miljard via de "Ukraine Facility", en €14,9 miljard via de "Ukraine Support Loan", naast miljarden aan humanitaire en bilaterale steun. Dit is een ongeëvenaarde overdracht van rijkdom in een tijd waarin de Europese burger te maken krijgt met stijgende energieprijzen, inflatie en de reële dreiging van rantsoenering. De vraag is gerechtvaardigd: wat is de strategische opbrengst van deze €224,5 miljard? Het heeft de Russische oorlogsinspanning niet gebroken, het heeft de Russische verkiezingen niet verstoord, en het heeft Europa economisch verzwakt. Het is een investering in een illusie van controle over een multipolaire wereld die niet meer bestaat.
Deel 3: Het Saudi-dilemma en de Ineenstorting van een Postkoloniale Constructie

Terwijl Europa vastzit in zijn eigen sanctiespiraal, ontploft een andere geopolitieke tijdbom in het Midden-Oosten. De positie van Saoedi-Arabië is momenteel uiterst gevaarlijk, een feit dat recentelijk pijnlijk duidelijk werd toen de Amerikaanse president, na aanvankelijke dreigementen, afzag van een militaire aanval op Houthi-doelwitten in Jemen. Deze ommekeer is niet zozeer een teken van vrede, maar van militaire realiteitszin.
De Saoedische poging om de Houthi's (Ansar Allah) te onderdrukken via een coalitie van milities en huurlingen is op een vernederende manier mislukt. Er was geen centrale bevelvoering, geen coördinatie en geen logistiek. Op het slagveld werden deze troepen volledig vernietigd door de Houthi's. Sterker nog, er vindt een grote verschuiving plaats onder de Jemenitische stammen: zelfs stammen die eerder tegen de Houthi's stonden, keren zich nu tegen Saoedi-Arabië, simpelweg omdat het koninkrijk niet langer over de financiële middelen beschikt om hen te betalen.

Het Pentagon heeft deze realiteit onder ogen gezien en de conclusie getrokken dat een directe Amerikaanse interventie desastreus zou zijn. De Houthi's hebben zich teruggetrokken in de meest ontoegankelijke bergachtige gebieden van Jemen, vanwaar ze de Straat van Bab el-Mandeb met conventionele artillerie kunnen bestrijken. Ze zijn lichtvoetig, mobiel en moeilijk te targeten. Een Amerikaanse aanval zou zich beperken tot het bombarderen van burgerinfrastructuur in steden zoals Sana'a of Taizz, wat de Houthi's niet zou stoppen, maar hen wel zou aansporen tot vergelding. En die vergelding zou verwoestend zijn: de Houthi's beschikken over geavanceerde raketten en drones, hebben al een Saoedische F-15 neergehaald, en hebben de brandstofvoorziening van de luchthaven van Riyad vernietigd. Een escalatie zou de Saudische energie-infrastructuur in puin kunnen leggen, met wereldwijde economische schokgolven als gevolg.
Voor kroonprins Mohammed bin Salman (MBS) is dit een enorme vernedering. Zijn hele veiligheidsarchitectuur was gebaseerd op de onvoorwaardelijke steun van Washington. De recente beslissing om hem niet te redden, onthult de kwetsbaarheid van zijn positie. Binnen zijn eigen familie is de weerstand groot; men herinnert zich het Carlton Hotel-incident, waar hij rivalen opsloot en ondersteboven ophing om hun vermogen afhandig te maken. Sommige van deze rivalen zijn verdwenen of vernederd, en de traditionele stammen zijn beroofd van hun inkomen.
De financiële realiteit van Saoedi-Arabië is somber. De enorme reserves die zijn opgebouwd, zijn grotendeels opgegaan aan prestigieuze, maar economisch twijfelachtige projecten zoals Neom. Er is geen geld meer om contracten te betalen, geen geld om loyaliteit af te kopen, en zelfs de traditionele bondgenoten in de Golf zijn terughoudend om Saoedische activa of aandelen te kopen, behalve tegen enorme kortingen, omdat ze twijfelen aan de overlevingskans van het huidige regime. De postkoloniale structuur in de Golf, waarvan Saoedi-Arabië de spil is, hangt aan een zijden draadje.
Deel 4: De Mythe van de Saudi modernisering en de Geopolitieke Aardverschuiving
In het Westen, en met name in de kringen van de Amerikaanse politieke elite, wordt Saoedi-Arabië nog steeds geromantiseerd als een voorbeeld van modernisering en hervorming. Men ziet MBS als een hervormer die de islam naar een "ander uitkomst" leidt. Deze visie is een gevaarlijke mythe. De realiteit is dat het Saoedische regime rust op één enkele, broze pijler: één familie die de successieregels heeft vervalst. Koning Salman veranderde de traditionele opvolging van broer naar broer, ten gunste van zijn eigen zoon, en heeft daarmee het grootste deel van de koninklijke familie van zich vervreemd.
Historisch gezien is dit regime geworteld in een extreem puriteinse, wahabitische ideologie. Deze beweging was in de 19e eeuw verantwoordelijk voor gruwelijke slachtingen in Mekka en Karbala, waarbij tienduizenden omkwamen in de naam van de strijd tegen elke vorm van "innovatie" in de islam. Zelfs in moderne steden als Jeddah werd deze austere vorm van islam door de lokale bevolking vaak verfoeid. Het idee dat dit regime de natuurlijke, gematigde leider van de islamitische wereld is, is een historische fout die het Westen blijft maken omdat het blind is voor de realiteit zolang de "petrodollar" en de olie-toevoer naar Wall Street gegarandeerd lijken. Maar als die garantie verdwijnt, blijft er niets over dan een leeg omhulsel.

Deze ineenstorting heeft directe en diepgaande gevolgen voor Israël. De Israëlische strategie van de afgelopen jaren was volledig gebaseerd op de "Abraham-akkoorden": het normaliseren van betrekkingen met de Golfstaten, met Saoedi-Arabië als de ultieme prijs en spil. Dit moest dienen om Iran te isoleren en Israël te integreren in de regio. Die strategie is nu ernstig aan het wankelen. Israël wordt bovendien direct getroffen door de mondiale brandstofcrisis en inflatie. Alles, van transport tot landbouw, is afhankelijk van diesel. De prijzen stijgen overal, en de Israëlische economie kan deze mondiale inflatoire druk niet ontlopen.
Bovendien moet Israël toekijken hoe zijn belangrijkste regionale partner, Saoedi-Arabië, verlamd raakt. De grote gok om de Golfstaten op te bouwen als een buffer tegen Iran is mislukt. Tegelijkertijd mobiliseert Iran naar verluidt een miljoen mensen in zelfopofferingsbataljons. Hoewel dit niet per se bedoeld is als voorbereiding op een onmogelijke westerse invasie, dient het als een krachtig afschrikkingsmiddel. Voor landen als Bahrein en Koeweit, die de grens met Iran delen of in de buurt liggen, is deze mobilisatie een bron van intense angst. Een verdere escalatie door het Westen zou niet leiden tot een snelle overwinning, maar tot een allesomvattende regionale oorlog waarbij Irak, Iran en de gehele Golfregio betrokken zouden raken.
Conclusie: De Prijs van de Illusie
De analyse van Alastair Crooke, ondersteund door de harde cijfers van de Europese Unie, onthult een patroon van westers beleid dat volledig los staat van de realiteit. Europa pompt €224,5 miljard in een conflict dat het niet kan winnen, terwijl de eigen bevolking wordt voorbereid op tekorten, inflatie en mogelijke oorlogsvoering op eigen bodem. De leiders, geconfronteerd met electorale nederlagen en economisch verval, kiezen voor angstzaaierij in plaats van eerlijk bestuur.
In het Midden-Oosten zien we de fatale gevolgen van een postkoloniale architectuur die op het punt staat in te storten. Saoedi-Arabië, de veronderstelde zuil van de westerse invloed in de regio, blijkt een financieel en politiek uitgeholde staat te zijn, geleid door een regime dat niet in staat is om zijn eigen veiligheid te garanderen zonder de steun van een Amerika dat zelf steeds minder bereid is om de rekening te betalen. De mythe van de Saoedische modernisering is doorgeprikt, en met de ineenstorting ervan wankelt de hele Israëlische strategie van regionale normalisatie.

Wat blijft er over? De noodzaak om, zoals in de inleidende woorden van de analyse werd gesteld, het initiatief tot geweld te begrijpen en af te wijzen. Een samenleving die werkelijk vrij wil zijn, moet de illegitieme aanwending van kracht door de overheid niet als een gegeven accepteren. De prijs van de illusie dat het Westen de wereldorde naar zijn hand kan blijven zetten, wordt betaald door de gewone burger: in de vorm van inflatie, energiegebrek, en de dreiging van een oorlog die door een wanhopige elite wordt aangewakkerd, maar door niemand wordt gewonnen.
Het is tijd voor een nuchtere, kritische blik op de koers van Europa en het Westen. De geschiedenis leert dat regimes die hun eigen bevolking belazeren met oorlogspropaganda om economisch falen te verbergen, uiteindelijk ten onder gaan aan hun eigen hoogmoed. De vraag is niet of de illusie zal barsten, maar hoeveel schade we toelaten voordat we kiezen voor een koers van diplomatie, economisch realisme en ware vrijheid, in plaats van de slavernij van een eindeloze oorlogseconomie.
